OLVG

Dominique Oudhuis, adviseur strategieteam

Een lachende, blonde vrouw met een blauw truitje met haar hoofd licht naar rechts gekanteld

In de rubriek Knappe koppen maak je kennis met bijzondere talenten binnen OLVG. Vandaag vertelt Dominique Oudhuis, adviseur strategieteam, over haar deelname aan het internationale HOPE Programme. Vier weken lang liep zij mee in ziekenhuizen in Oostenrijk en sprak zij met zorgprofessionals uit heel Europa. ‘Leren over een ander zorgsysteem zet je eigen zorgsysteem in een ander perspectief.’

Je deed in mei mee aan het internationale HOPE Programme. Wat houdt dat precies in?

‘Het HOPE Programme is een Europees uitwisselingsprogramma voor zorgprofessionals die werken aan ziekenhuisbrede projecten of een leidinggevende rol hebben. Een maand lang leer je hoe een ander Europees land de zorg organiseert. Omdat OLVG volop bezig is met topzorg in de regio en een naadloze zorgketen, wilde ik graag zien hoe andere landen daarmee omgaan.’

Je werd ingedeeld in Oostenrijk. Hoe vond je dat?

‘Ik was nieuwsgierig naar Oostenrijk, omdat zij veel investeren in de zorg. Ik vroeg me af wat dat doet met een zorgsysteem. Mijn standplaats was Wenen, daarnaast bezocht ik Graz en Linz. We begonnen bij het ministerie, waar we leerden hoe de zorg georganiseerd en gefinancierd wordt. Daarna bezochten we verschillende ziekenhuizen, opleidingslocaties en een simulatiecentrum. Het programma was heel vol en intensief. We zagen veel verschillende kanten van het systeem: van strategie en financiering tot opleidingen en innovatie.’

Het thema van dit jaar was kwaliteit en veiligheid. Wat viel je daarbij op?

‘Het simulatiecentrum maakte veel indruk. Daar konden zorgprofessionals heel realistisch trainen: met meerdere operatiekamers, camera’s, een controleroom en zelfs 3D-printers waarmee nephuid werd gemaakt om te oefenen met prikken. Veel professioneler dan in Nederland, om jaloers van te worden.

Ook de aanspreekcultuur was een belangrijk onderwerp. Oostenrijk heeft een veel hiërarchischer zorgsysteem. Artsen worden aangesproken met alle titels en achternaam. Dat creëert afstand en kan het moeilijker maken om elkaar aan te spreken als iets niet goed gaat. Toen ik vertelde dat we in OLVG iedereen bij de voornaam noemen en dat de afstand kleiner is, waren ze daar enthousiast over.’

Je volgde het programma met negen andere Europese zorgprofessionals. Wat heb je van hen geleerd?

‘De gesprekken met de groep waren misschien nog wel het meest waardevol. We hadden allemaal verschillende achtergronden: artsen, verpleegkundigen, kwaliteitsmanagers, innovatiemanagers en strategisch adviseurs. Iedereen worstelt eigenlijk met dezelfde vraagstukken: personeelstekorten, stijgende kosten en de balans tussen kwaliteit en efficiëntie. Alleen kiest ieder land andere oplossingen. Denemarken heeft bijvoorbeeld heel duidelijk regionaal bepaald welk ziekenhuis waarin uitblinkt, Finland leidt vanwege de grote afstanden inwoners op om eerste hulp te kunnen bieden en staan voorop in digitale zorg. En Moldavië liet zien hoe je met veel minder middelen toch heel creatief kunt organiseren. Daar heb ik veel respect voor gekregen.’

Wat heeft je het meest verrast aan de vergelijking met Nederland?

‘Misschien wel dat ik met veel meer waardering voor de Nederlandse zorg terugkwam. In de eerste week vertelde ik vooral over de uitdagingen die we in Nederland kennen. Maar hoe langer ik daar was, hoe vaker ik dacht: eigenlijk hebben wij heel veel goed geregeld. 

In Oostenrijk hebben ze bijvoorbeeld geen huisartsensysteem. Patiënten kunnen rechtstreeks een afspraak inplannen bij een specialist. Dat klinkt toegankelijk, maar zorgt ook voor een enorme instroom in ziekenhuizen en uitdagingen in het stellen van een goede diagnose. In Nederland helpt de huisarts juist om patiënten naar de juiste plek te verwijzen, wat de zorg efficiënter maakt.

Ook op het gebied van samenwerking zag ik verschillen. In Oostenrijk werkten ziekenhuizen los van elkaar aan vergelijkbare oplossingen. In Nederland proberen we juist steeds meer samen te werken via netwerken, zodat we samen organiseren, kennis delen en niet allemaal opnieuw het wiel uitvinden.’

Wat neem je mee terug naar OLVG?

‘De belangrijkste les is dat ieder zorgsysteem met dezelfde uitdagingen te maken heeft, maar andere oplossingen kiest. Door over de grens te kijken krijg je nieuwe ideeën én meer waardering voor je eigen organisatie.
Ik geloof nog sterker dat we niet alles zelf hoeven uit te vinden. Als je een nieuw project start, kijk dan wie er al ervaring mee heeft en wat je daarvan kunt leren. Slim kopiëren is alleen maar goed. We hoeven het echt niet allemaal alleen te doen.’