OLVG

In het ziekenhuis na een beroerte : onderzoeken en behandelingen

U verblijft in het ziekenhuis omdat een u beroerte heeft gehad. Een beroerte heet in medische taal een Cerebro Vasculair Accident, afgekort een CVA. Bij een beroerte raakt een bloedvat in de hersenen beschadigd. Er zijn 2 soorten beroertes: een herseninfarct en een hersenbloeding. 8 van de 10 mensen met een beroerte hebben een herseninfarct. 2 van de 10 mensen hebben een hersenbloeding.

Stroke Netwerk Groot Amsterdam

Deze tekst is van het Stroke Netwerk Groot-Amsterdam. In dit netwerk werken ziekenhuizen, VVT-organisaties, een revalidatiecentrum en andere zorgpartners uit de regio  Amsterdam en de Zaanstreek samen. 

Over een TIA, hersenbloeding of herseninfarct

TIA

Een TIA is een lichte vorm van een herseninfarct. TIA is een afkorting van:
Transient Ischemic Attack. Een bloedpropje blokkeert kort een bloedvat in de hersenen.
Meestal herstelt u binnen een paar uur helemaal. 

Herseninfarct

Bij een herseninfarct krijgt een deel van de hersenen geen bloed
meer. Hierdoor krijgt dat deel geen zuurstof en geen voeding. Dit komt meestal door een verstopt bloedvat. Blijft het bloedvat langer dan een paar minuten dicht? Dan kunnen de hersenen beschadigen.  

Hersenbloeding

Soms scheurt een bloedvat in de hersenen. Dat noemen we een
hersenbloeding. Het bloed hoopt zich op en kan de hersenen beschadigen.

 

Gevolg van een herseninfarct of hersenbloeding

De gevolgen van een beroerte hangen af van welk deel van de hersenen beschadigd is. Iemand kan verlamd raken aan 1 kant van het lichaam.

  • Is de rechterkant van de hersenen beschadigd? Dan kan de linkerkant van het lichaam verlamd raken. 
  • Is de linkerkant van de hersenen beschadigd? Dan kan de rechterkant van het lichaam verlamd raken.
  • Schade aan de linkerkant van de hersenen kan problemen geven met taal. Dit kan gaan om spreken en begrijpen. Sommige mensen hebben moeite met zien.
  • Anderen hebben problemen met hun evenwicht.
  • Ook kan er sprake zijn van onzichtbare gevolgen zoals vermoeidheid of veranderde stemming en gedrag.

Hoe groter de schade in de hersenen, hoe ernstiger de klachten.   

Verloop opname in het ziekenhuis

Op de Spoedeisende Hulp krijgt u een CT-scan. Zo kunnen artsen zien of u een herseninfarct of een hersenbloeding heeft. De arts kiest de behandeling die bij uw situatie past.

Daarna gaat u naar de afdeling Neurologie. De arts en de verpleegkundige vragen hoe uw gezondheid was voordat u in het
ziekenhuis kwam. Ze willen weten hoe het met u gaat en wat de oorzaak is van uw beroerte.
Misschien heeft u hart- en vaatziekten. Of u gebruikt medicijnen die invloed hebben op uw bloedsomloop of bloedsuiker.

De arts onderzoekt uw lichaam om te kijken hoe ernstig uw klachten van de beroerte zijn.

Directe behandeling

Als een herseninfarct net is gebeurd, kan een snelle behandeling nodig zijn. Soms krijgt iemand met een herseninfarct een sterke bloedverdunner. Die lost het stolsel dat het bloedvat blokkeert op. Deze behandeling heet trombolyse.

Soms kan een arts het verstopte bloedvat direct behandelen. Dit heet een endovasculaire, intra-arteriële behandeling of trombectomie. Het stolsel in de hersenen wordt weggehaald met een dunne naald via een katheter die in de lies wordt ingebracht.

Deze behandeling wordt gedaan in het AUMC, locatie AMC.  
Bij een hersenbloeding is soms een operatie nodig.  

 

Verblijf in het ziekenhuis

U blijft minimaal 24 uur in het ziekenhuis als u na de directe behandeling nog klachten heeft door de beroerte. 


Observatie

In de eerste dagen in het ziekenhuis houden de artsen en verpleegkundigen u extra goed in de gaten. U gaat naar de afdeling Neurologie. 

Meestal ligt u aan een monitor die uw hartslag, ademhaling en bloeddruk meet. De artsen controleren ook of u goed wakker bent te maken en of uw klachten door de beroerte erger worden. 

Onderzoek en medische behandeling

De artsen onderzoeken wat de oorzaak is van uw herseninfarct of hersenbloeding. Zo krijgt u de juiste behandeling en verkleinen we de kans op een nieuwe beroerte. De arts
en de verpleegkundige leggen uit welke onderzoeken u krijgt zoals:

  • bloedonderzoek
  • een hartfilmpje
  • onderzoek naar de halsslagaders

Als het nodig is, krijgt u nieuwe medicijnen.  

Revalidatie

Het zorgteam begint in de eerste dagen na uw opname met de revalidatie. Dit team bestaat uit een verpleegkundige, fysiotherapeut, ergotherapeut en zo nodig een logopedist. Zij helpen om ernstige gevolgen te verminderen. 

  • Een fysiotherapeut helpt u als er problemen zijn met kracht en evenwicht.
  • Een ergotherapeut helpt  u als dagelijkse dingen moeilijk zijn, zoals wassen en aankleden.
  • Een logopedist helpt u met problemen met spreken of slikken

De arts en verpleegkundige vertellen u welke behandeling u krijgt. De therapeuten leggen zelf uit hoe ze u kunnen helpen. 

 

Na het ziekenhuis

Hoe lang u in het ziekenhuis blijft hangt af van uw situatie. U blijft niet langer in het ziekenhuis dan nodig is.

Het kan zijn dat u voor verdere observatie wordt overgeplaatst naar een ander ziekenhuis waar geen acute behandeling plaatsvindt. Hierover zijn goede
afspraken gemaakt tussen de ziekenhuizen onderling.

Tijdens uw verblijf kijken we of u na het ziekenhuis naar huis kunt. Als dat niet kan, gaat u naar een revalidatiecentrum of een revalidatie afdeling van een verpleeghuis. De arts bespreekt met u, uw familie en de therapeuten welke revalidatie u na het ziekenhuis
nodig heeft. 

 

Stel uw vragen

Tijdens uw verblijf krijgt u veel informatie van de arts,  verpleegkundigen en therapeuten.

Heeft u vragen? Stel ze aan de verpleegkundige of arts. Schrijf uw vragen op, zodat u ze niet vergeet. U kunt ook vragen of u een gesprek mag opnemen met uw telefoon. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de afdeling via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Verpleegafdeling Neurologie, locatie West, route 81
020 510 82 38 (op werkdagen van 08.15 tot 16.30 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Neurologie van OLVG. Laatst gewijzigd: