home

Transkatheter aortaklepimplantatie : TAVI behandeling bij een ernstige vernauwing van de aortaklep

Een transkatheter aortaklepimplantatie is een behandeling voor mensen met een ernstige vernauwing van de aortaklep. De aandoening heet aortaklepstenose. De behandeling transkatheter aortaklepimplantatie heet ook wel TAVI. Na een TAVI merken de meeste patiënten een verbetering van hun klachten.

Over de aortaklep en aortaklepstenose

Het hart heeft 4 kleppen. De aortaklep ligt tussen de linkerhartkamer en de grote lichaamsslagader. De grote lichaamsslagader heet ook wel aorta. Als deze klep vernauwd raakt, noemen we dit een aortaklepstenose.

De vernauwing ontstaat meestal door kalkafzetting op de klep. Hierdoor openen de klepbladen niet goed en stroomt er minder bloed naar het lichaam. De hartspier moet dan harder werken. Dit kan leiden tot hartproblemen.
Een aortaklepstenose komt vooral voor bij mensen boven de 70 jaar. Maar ook jongere mensen kunnen deze aandoening krijgen.

Klachten bij een aortaklepstenose

Bij een ernstige vernauwing kunt u de volgende klachten krijgen:

  • kortademigheid, eerst bij inspanning, later ook in rust
  • duizeligheid of flauwvallen
  • pijn op de borst
  • vocht vasthouden
  • hartkloppingen

Als u klachten krijgt, is een behandeling nodig. Zonder behandeling wordt de hartspier steeds zwakker en kunt u ernstige hartproblemen krijgen.

Behandeling met TAVI

Bij een TAVI plaatst de arts een nieuwe hartklep via een katheter. Een katheter is een dunne buis die meestal ingebracht wordt in een slagader in de lies of bij de schouder. Soms is een andere toegang nodig. Als dat nodig is, gaat u hiervoor naar Amsterdam UMC, locatie AMC.
De nieuwe klep is een biologische kunstklep. Deze klep wordt op de juiste plek geplaatst en duwt de oude klep opzij. De nieuwe klep werkt direct na het plaatsen.

 

Voorbereiding op de TAVI

Voordat u de behandeling krijgt, doorloopt u de volgende stappen:

Afspraak TAVI-spreekuur

  • Neem uw Actueel Medicatieoverzicht mee. Dit kunt u gratis ophalen bij uw eigen apotheek. 
  • U spreekt met een verpleegkundig specialist.
  • U krijgt uitleg over de behandeling en mogelijke risico’s.
  • De verpleegkundig specialist doet lichamelijk onderzoek.
  • Neem iemand mee naar dit gesprek.

Schrijf voor uw afspraak uw vragen op en neem deze mee naar het gesprek.

Aanvullende onderzoeken

  • CT-scan van het hart en de grote bloedvaten
  • Mogelijk een hartkatheterisatie, echo, bloedonderzoek of fietsproef

Teambespreking

De artsen bespreken  of de TAVI voor u geschikt is.

Zo gaat de behandeling

Voor de behandeling

  • De verpleegkundig specialist of de arts van afdeling Anesthesiologie bespreekt van te voren met u welke narcose u krijgt. Dit gebeurt telefonisch. Meestal krijgt u een plaatselijke verdoving.
  • Voor de ingreep moet u soms stoppen met uw medicijnen en soms start u voor de ingreep met andere medicijnen. De verpleegkundig specialist of arts bespreekt dit met u
  • U komt 1 dag voor de ingreep naar het ziekenhuis of u komt op de dag zelf. De verpleegkundig specialist of de arts bespreekt dit met u. 
  • U krijgt extra onderzoeken zoals lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek.
  • Om urine uit de blaas af te voeren krijgt u tijdelijk een katheter.

 

 

De behandeling

  • De verpleegkundig specialist of de arts van afdeling Anesthesiologie bespreekt van te voren met u welke narcose u krijgt. Meestal krijgt u een plaatselijke verdoving.
  • De arts brengt een infuus in via een slagader, meestal in de lies.
  • Via deze katheter wordt de nieuwe klep naar het hart gebracht.
  • Soms wordt eerst een ballon opgeblazen om de oude klep opzij te duwen.
  • De nieuwe klep zit op een stent en wordt op de juiste plek geplaatst.
  • U krijgt soms een pacemakerdraad via uw lies.

De ingreep duurt gemiddeld 2 uur.

Na de behandeling

  • U gaat eerst naar de Hartbewaking, meestal voor een halve dag.
  • Als het goed gaat, gaat u daarna terug naar de verpleegafdeling van OLVG of naar uw eigen ziekenhuis. 
  • De ambulance brengt u naar uw eigen ziekenhuis. U blijft daar totdat u voldoende herstelt bent om naar huis te gaan.
  • Meestal blijft u in totaal 3 tot 5 dagen in het ziekenhuis.

Uitstel van uw operatie of behandeling

Heel soms gebeurt het dat uw operatie of uw behandeling niet kan doorgaan. Bijvoorbeeld door een onverwachte situatie. Of als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. U krijgt dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak. 

Adviezen voor thuis

Na de behandeling kunt u last hebben van:

  • Pijn op de plek van de ingreep.
  • Vermoeidheid.
  • Tijdelijke verwarring. Dit heet een delier en komt vooral voor bij ouderen.

U krijgt instructies mee voor thuis. Als u nog geen bloedverdunners gebruikt, gaat u hiermee beginnen. Soms is thuiszorg of revalidatie nodig. Uw arts bespreekt dit met u.

Risico's en complicaties

Er is een kans op complicaties zoals: 

  • Bloeduitstorting bij de lies of schouder.
  • Hartgeleidingsstoornissen. Soms is een pacemaker nodig.
  • Allergische reactie op contrastmiddel.
  • Lekkende of niet goed geplaatste klep.
  • Beschadiging van de bloedvaten.
  • TIA of een beroerte.
  • Bloeduitstorting in het hartzakje
  • Hartinfarct

Heel soms zijn er ernstige complicaties die kunnen leiden tot overlijden. 

 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag via MijnOLVG of neem contact op met de polikliniek Cardiologie.

Polikliniek Cardiologie, locatie Oost, P2
020 599 30 32 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Cardiologie, locatie West, route 4
020 599 30 32 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Is de situatie levensbedreigend? Bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Hartcentrum van OLVG. Laatst gewijzigd: