OLVG

Voedingsadvies als de nieren minder goed werken : verlagen fosfaat in uw bloed

Als uw nieren minder goed werken, plast u minder fosfaat uit. Dit kan klachten geven. Door op uw voeding te letten en medicijnen te nemen, kunt u het fosfaat in uw bloed verlagen.

Over fosfaat

Fosfaat is een mineraal dat samen met calcium zorgt voor stevige botten. Fosfaat komt in het lichaam via eten en drinken. Vaak komt er meer fosfaat binnen dan nodig is. De nieren zorgen ervoor dat fosfaat via urine het lichaam verlaat. 

Als uw nieren minder goed werken, blijft er te veel fosfaat in uw bloed achter. Dit kan klachten geven, zoals jeuk, rode ogen, zwakkere botten en een hardere bloedvatwand. Doordat de bloedvatwand harder wordt, moet het hart harder pompen.

Behandeling bij een te hoog fosfaat in uw bloed

Om klachten te voorkomen, is het belangrijk om het fosfaat in uw bloed tussen de 0,8 en 1,5 mmol/l te houden. Als het fosfaat hoger is, kunt u fosfaatbinders krijgen en advies van een diëtist over uw voeding. Een fosfaatbinder is een medicijn dat ervoor zorgt dat fosfaat makkelijker het lichaam verlaat. Zo wordt het fosfaat in het bloed lager. 

Als u gaat dialyseren, wordt er ook fosfaat uitgespoeld. Een dialysebehandeling kan maar een deel van het fosfaat uitspoelen. Daarom heeft u vaak ook nog fosfaatbinders nodig.

Innemen van fosfaatbinders

U neemt fosfaatbinders tijdens het eten, omdat in eten fosfaat zit. Vaak worden de fosfaatbinders voorgeschreven bij het ontbijt, de lunch en het avondeten. De diëtist bespreekt of u ook bij tussendoortjes een fosfaatbinder moet nemen.

Innemen van de tabletten

  • Begin met eten.
  • Neem de fosfaatbinders als u op helft van de maaltijd bent.
  • Eet daarna verder.

Als u niets eet, is het niet nodig om fosfaatbinders te nemen.

Vergeten tabletten in te nemen

Als u de fosfaatbinder vergeet tijdens het eten, kunt u deze 15 minuten na de maaltijd nog innemen. Na 15 minuten mengt de  fosfaatbinder niet meer goed met het eten. Het heeft dan geen zin meer om de tabletten in te nemen. 

Soorten fosfaatbinders

Er zijn verschillende soorten fosfaatbinders. Er zijn tabletten om te slikken, tabletten om te kauwen en zakjes met poeder. De nefroloog bekijkt welke soort u krijgt. Hieronder leest u hoe u de fosfaatbinders inneemt.

Sevelameer

  • Witte lange tablet: heel doorslikken. Vaak staan de letters SVL op deze tablet.
  • Zakje met poeder: oplossen in 60 ml water of over eten strooien.

Calciumacetaat

  • Witte langwerpige tablet: heel doorslikken.

Lanthaancarbonaat

Bestaat als tablet en als poeder.

  • Witte kauwtablet van 500, 750 of 1000 mg: goed kauwen.
  • Zakje met poeder van 750 mg of 1000 mg: in uw mond legen of over eten strooien.

 

 

Ijzer(III)oxide hydroxide sacharose zetmeelcomplex

 Bruine kauwtablet

  • U kunt deze kauwen, maar dan kunnen er restjes tussen uw tanden blijven zitten. U kunt het tablet daarom beter in 2 tot 3 stukjes breken en dan doorslikken. In de maag valt het tablet dan verder uit elkaar.

Tips voor thuis

  • Neem uw fosfaatbinders altijd op de helft van de maaltijd. Dan werken ze het best.
  • Gebruik een klein medicijndoosje om uw fosfaatbinders mee te nemen als u van huis gaat. 
  • Vindt u het lastig om een fosfaatbinder in te nemen? Bespreek dit met uw arts, diëtist of verpleegkundige. Vaak bevalt een andere soort dan beter.

Fosfaat en eiwit

Eiwit is een stof die belangrijk is om de spieren en het lichaam in goede conditie te houden. Veel producten met eiwit, bevatten ook fosfaat. Het eiwit heeft u nodig, maar vaak komt er meer fosfaat binnen dan nodig is. Daarom is het belangrijk om bij producten die eiwit en fosfaat bevatten, een fosfaatbinder te nemen.

Als u te weinig eiwit binnen krijgt, kan uw conditie achteruit gaan. Als u te veel eiwit binnen krijgt, krijgt u ook meer fosfaat binnen.

Plantaardige producten kunnen minder fosfaat bevatten, maar vaak ook minder eiwit. De diëtist kijkt samen met u naar een goede balans tussen eiwit en fosfaat. 

Bij deze producten is het belangrijk om een fosfaatbinder te nemen:

  • vlees, vis en kip
  • vleeswaren
  • vleesvervangers zoals vegetarische burgers, tofu en tempé
  • kaas
  • eieren
  • melk, karnemelk, yoghurtdrank en kefir
  • yoghurt, vla, kwark, roomijs en andere zuiveltoetjes
  • peulvruchten zoals linzen, witte en bruine bonen, kikkererwten, erwtensoep
  • noten, pinda’s, zaden en pitten
  • plantaardige zuivel zoals havermelk, kokosmelk of sojamelk 
  • pindakaas en 100% notenpasta

Fosfaat uit E-nummers

Fosfaat kan extra worden toegevoegd aan producten, bijvoorbeeld om het langer houdbaar te maken. Dit staat op het etiket als E-nummer of als scheikundige naam. Deze soort fosfaat wordt makkelijker opgenomen in uw bloed. 
Hieronder staan de stoffen die extra fosfaat bevatten als E-nummers en als scheikundige namen: 

  • E338, E339, E340, E341, E343, E450, E451, E452, E541
  • E101ii, E1410, E1412, E1413, E1442
  • fosforzuur, natriumfosfaten, kaliumfosfaten, calciumfosfaten, magnesiumfosfaten, difosfaten, trifosfaten, polyfosfaten, natriumaluminiumfosfaat
  • riboflavine-5-fosfaat, monozetmeelfosfaat, (gefosfateerde) dizetmeelfosfaten, hydroxypyldizetmeelfosfaat

Deze stoffen met extra fosfaat kunnen bijvoorbeeld toegevoegd zijn aan: 

  • cola, cola light en cola zero
  • yoghurtdrank en sportdrank
  • smeerkaas zoals gele smeerkaas, la vache qui rit en kaymak
  • koffiemelk, koffiemelkpoeder en cappuccino uit een zakje 
  • plantaardige zuivel
  • vlees en vleeswaren
  • pudding en andere toetjes
  • vegetarische producten zoals Valess en kaasschnitzel
  • koek, taart, zoete broodjes, afbakbroodjes en snacks

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de diëtist via MijnOLVG of per e-mail.

Polikliniek Diëtetiek
020 510 85 04 (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur)
dietetiek@olvg.nl

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Diëtetiek van OLVG. Laatst gewijzigd: